Ondervloer leggen

Klusniveau: Eenvoudig

Door een ondervloer te leggen, krijg je een egale ondergrond voor parket, vloerbedekking of laminaat. Afhankelijk van het materiaal isoleert een ondervloer bovendien tegen geluidsoverlast. Deze klusbeschrijving laat zien hoe je de verschillende soorten ondervloeren legt.

Beoordeel dit advies!

(67 stemmen)
Deel op Hyves

Stappenplan

Bekijk de overzichtstekening voordat je aan de klus begint.

TIP!

Bij grote oneffenheden of sterk scheef lopende vloeren, kun je het grootste niveauverschil opheffen met egalisatiekorrels.

1

Verwijder eventuele oude vloerbedekking en plinten voor je de nieuwe ondervloer gaat leggen. Steek bij een betonnen vloer eventuele oneffenheden weg. Vul putjes en kuilen op met egaliseercement. Verwijder bij een ondergrond van houten vloerdelen alle uitstekende spijkers en andere oneffenheden. Zet verende vloerdelen vast met extra schroeven. Bij oudere huizen zijn de vloerdelen in de loop der jaren vaak hol of bol gaan staan. Wil je hierop laminaat, parket of vloerbedekking leggen dan moet je de ondervloer eerst vlak maken met spaanplaat.

Heb je te maken met optrekkend vocht (bijvoorbeeld vanuit de kruipruimte), bedek dan de vloer eerst met een vochtscherm voor je er iets anders op aanbrengt. Laat het vochtscherm tegen de muren oplopen zodat de randen later achter de plinten vallen. Plak de naden af met aluminiumtape. Mocht je gaan kiezen voor een ondervloer van alupete zilver of thermobase gold, dan kan je het vochtscherm achterwege laten.

TIP!

Afhankelijk van het materiaal van de ondervloer komt de nieuwe vloer hoger te liggen. Daardoor kan het nodig zijn om de deuren in te korten.

2

Kies de juiste ondervloer. Factoren die meespelen bij de keuze zijn geluidsisolatie, warmte isolatie, vochtwerendheid en egalisatievermogen. Er zijn vervolgens meerdere combinaties mogelijk.

In geval van vocht:
Vochtscherm (niet nodig bij alupete zilver of thermobase gold), spaanplaat (in geval de vloer geëgaliseerd moet worden), ondervloer naar keuze, en dan het laminaat, parket of vloerbedekking.

Indien geen vocht:
Ondervloer naar keuze, en dan het laminaat, parket of vloerbedekking.

3

Lastige vormen zoals deurposten, leidingen en dergelijke teken je af met een profielmal. Duw deze tegen het obstakel zodat de verschuifbare naalden de vorm overnemen. Teken deze vorm vervolgens af op het materiaal voor de ondervloer en snij of zaag ze uit. Gebruik een zwaaihaak voor het aftekenen van niet-haakse hoeken.

4

Spaanplaat ondervloer
Spaanplaat van 12 mm dik is voldoende. Leg de platen in halfsteensverband en zet ze om de 30 cm vast met verzonken schroeven (verzinkboor).

5

Houd langs de muur een paar millimeter ruimte open zodat de platen iets kunnen uitzetten. Breng over deze spaanplaat-ondervloer eventueel een ondervloer naar keuze aan.

6

Alupete zilver of thermobase gold ondervloer
Rol de ondervloer uit met de aluminiumkant resp. goudkant naar boven. Laat de ondervloer rondom iets tegen de muren op lopen en snijd het rondom op 1 cm hoogte af. Plak de naden af met aluminiumtape.

7

Isofelt plus bruin, isofelt groen en isofast blauw ondervloeren
De groene, bruine en blauwe vilttegels hebben een groter opvullend vermogen dan de rollen. Je legt de tegels in halfsteens verband.

Terug naar boven