Welke schroeven & bouten gebruik ik waar?

Klusniveau: Eenvoudig

Welke schroeven & bouten gebruik je voor welke klus? Spaanplaatschroeven, slotbouten, houtschroeven? KARWEI zet het voor je op een rij. 

Beoordeel dit advies!

(15 stemmen)
Deel op Hyves

Stappenplan

Bekijk de overzichtstekening voordat je aan de klus begint.

TIP!

Gebruik van de verkeerde schroevendraaier (of schroefbit) leidt tot beschadiging van de schroefkop. Zorg daarom dat je alle typen schroevendraaiers (en bits) in huis hebt.

Bolkop houtschroef

1

Deze blijven op het materiaal liggen. De schroefdraad loopt niet helemaal door tot aan de kop. Ze zijn meestal voorzien van een gleufkop.

Lenskop houtschroef

2

Bij deze variant op de bolkopschroef loopt de kop aan de onderkant taps toe. Daardoor valt hij een stukje in het hout, wat voor een fraaie afwerking zorgt.

Platkop houtschroef

3

Deze heeft een taps toelopende kop die in de ondergrond moet kunnen verzinken. Dat kan alleen als het hout zacht genoeg is (bijvoorbeeld: vurenhout) of als je het boorgat van tevoren geruimd hebt met een verzinkboor. Ook bij platkop houtschroeven loopt de schroefdraad niet helemaal door tot aan de kop. Ze zijn verkrijgbaar met verschillende typen koppen (gleuf, P2, PZ).

Spaanplaatschroef

4

Dit is een platkop schroef die wel doorloopt tot aan de kop. De grove winding en scherpe punt zorgen dat deze schroeven makkelijk in het hout snijden, voorboren is vaak niet nodig. Spaanplaatschroeven zijn voorzien van een posidriv-kruiskop (PZ).

Gipsplaatschroef

5

De spoed van een gipsplaatschroef is fijner dan die van een spaanplaatschroef. Bovendien hebben ze een Philips-kruiskop. Gebruik daarom altijd een PH of P2 schroevendraaier (of schroefbit)

Houtdraadbout

6

Houtdraadbouten kunnen zwaar belast worden. Ze zijn heel geschikt voor bijvoorbeeld het ophangen van een cv radiator, het verankeren van een balk in een betonnen vloer, het vastzetten van (zware) tafelpoten. Ze hebben een zeskantige kop die u vastdraait met behulp van een steek- of ringsleutel.

Parkers

7

Dit zijn metaalschroeven. Hun vlijmscherpe spoed loopt  door tot aan de kop, onder een iets schuinere hoek, waardoor de schroef zich makkelijker een weg baant door metaal. Zo vormt hij zelf een schroefdraad in het metaal (zelf-tappend). Boor het metaal eerst voor met een metaalboortje met een iets kleinere diameter dan de dikte van de parker.

Schroefogen, -haken en schroefduimen

8

Dit type schroeven is niet bedoeld om materialen aan elkaar te verbinden, maar om dingen aan op te hangen. Een schroefoog is voorzien van een geheel gesloten ring, bij een schroefhaak is die ring niet geheel gesloten. Het vastdraaien gaat makkelijker als je een schroevendraaier door de ring steekt en als hefboom gebruikt om kracht te zetten.

Schroefhaken zijn verkrijgbaar met en zonder gleuf. In het laatste geval kun je de haak met behulp van een schroevendraaier aandraaien.

TIP!

Om te voorkomen dat de bout in het materiaal wordt getrokken, breng je aan de kop- en moerzijde eerst een ring aan. Gebruik aan de moerzijde een veerring, dan kan de moer niet los gaan zitten.

Bouten

9

Bouten steek je helemaal door beide te verbinden delen  heen. Het aandraaien van de moer zorgt vervolgens voor een zeer sterke verbinding. Draai de moer vast met behulp van een steek- of ringsleutel en niet met een combinatie- of waterpomptang. Met die gereedschappen beschadig je de kop van de bout. Je hebt overigens twee van zulke sleutels nodig: een om de moer mee aan te draaien en een om de bout tegen te houden en meedraaien tegen te gaan.
 Bouten zijn verkrijgbaar in verschillende diktes (M6, M8, enz) die passen op moeren met dezelfde aanduiding.

TIP!

Een borgmoer is een moer voorzien van een laagje kunststof dat tijdens het draaien oprolt. Dit geeft extra beveiliging tegen het lostrillen.

Slotbouten

10

Dankzij hun afgeronde kop leveren deze bouten een fraaie afwerking op. Direct onder die kop zit een vierkant gedeelte. Steek de bout maar door het gat en tik op de kop met een hamer aan, zodat het vierkante gedeelte in het hout dringt. Nu is de bout gefixeerd en kan niet meedraaien tijdens het aandraaien van de moer.

Draadeind

11

Draadeind is een in feite een lange bout zonder kop, die je zelf op maat kunt zagen. Je maakt de verbinding door aan beide uiteinden een (veer)ring en een moer aan te brengen. Vijl de bramen op het zaagvlak weg, om te voorkomen dat u de moeren scheef op de schroefdraad draait.

Inbusbouten

12

Deze bouten hebben een kop met een zeshoekig gat. U draait ze vast met een inbussleutel. Het voordeel van zo'n inbuskop is dat u optimale grip heeft met de imbussleutel. U kunt dus veel kracht zetten.

Terug naar boven