Dakshingles leggen

Klusniveau: Gemiddeld

Dakshingles leggen is decoratief en bovendien veel eenvoudiger dan het aanbrengen van dakpannen of een dakbedekking van bitumen. Dakshingles zijn populair voor tuinhuisjes, terrasoverkappingen en dergelijke. Leer hoe je shingles legt met de KARWEI klusinstructie.

Beoordeel dit advies!

(68 stemmen)
Deel op Hyves

Stappenplan

Bekijk de overzichtstekening voordat je aan de klus begint.

TIP!

Zet een ladder op een stevige grondplaat (bijvoorbeeld: underlayement). Zo staat hij stabiel en kunnen de poten niet onverwachts in de grond wegzakken.

1

Dakshingles moeten aangebracht worden op een egaal houten oppervlak, bijvoorbeeld underlayement. De hellingshoek van het dak moet bij voorkeur 25° of meer zijn. Bedraagt de hoek minder dan 15°, dan is het gebruik van shingles af te raden. Is de hoek tussen de 15° en 25°, dan moet je eerst een onderlaag aanleggen. Gebruik hiervoor een zogenaamde plak- en spijkerrol. Meer informatie: Dakbedekking repareren. Maak de ondergrond geheel droog en stofvrij. Meet de lengte van het ingesneden deel van de shingle (A) op. Meer informatie: Meten van lengte en breedte.

2

Voordat je dakshingles kunt gaan leggen, trek je horizontale krijtstrepen op het dakbeschot (dakoppervlak), beginnend vanaf de nok. De afstand tussen de lijnen is gelijk aan de lengte van de shingle (A).

3

Begin aan de rand van het dak met een rij dakshingles die ondersteboven liggen. Dit zijn de zogenaamde 'voetshingles'. Smeer de rugstrook  van de shingles in met lijm. Hetzelfde geldt voor de punten van de lamellen. Druk de shingles op het dak en spijker ze vast met zes asfaltnagels.

4

Leg de volgende rij dakshingles. Ditmaal met de lamellen naar beneden wijzend. Leg de rugstroken tegen de krijtstreep, zodat de shingles netjes over de voetshingles heen vallen. Zorg ervoor dat de lamellen steeds een halve lamel verspringen (halfsteens verband). Lijm de rugstroken op het dakbeschot en de punten van de lamellen op de voetshingles vast. Zet de rugstrook tevens vast met een paar afsfaltnagels.

5

Breng op dezelfde manier de volgende rij aan, met de rugstrook tegen de volgende krijtstreep. Ook deze dakshingles moeten de vorige rij netjes overlappen. Werk op dezelfde manier door, zo dicht mogelijk tot aan de nok van het dak.

6

Maak 'nokshingles' door de dakshingles van elkaar los te knippen. Verwarm ze even met een verfföhn en vouw ze meteen in de lengte.

7

Smeer de gevouwen stroken in met lijm. Plak een strook op de nok en zet hem aan de rand met asfaltnagels vast. Breng op dezelfde manier de volgende stroken aan, zodanig dat ze de vorige overlappen. Let op: de asfaltnagels mogen niet zichtbaar zijn.

8

Werk het geheel aan de randen af met los geknipte dakshingles. Schroef tot slot aluminium daktrims op de dakrand. Nadat je het shingle dak hebt aangelegd, kun je dakgoten aanleggen.

TIP!

Gooi restanten dakshingles en lijm niet in de vuilnisbak, maar lever ze gescheiden in bij het afvalstation in je gemeente.

Terug naar boven